Detail pagina

Detail bericht

Haantjes anno 1947 tot nu (bron: "Het Leupegems Kroniekske 1997-1999", met dank aan Roland Buyle)

Van gemeentelijke vuilnisbelt in Leupegem tot basketbalterrein...

Foto: de allereerste herenploeg (seizoen 1948-1949)

BBC HAANTJES OUDENAARDE heeft een héél lange, boeiende en rijke geschiedenis...
Het oorspronkelijke Haantjes Leupegem en het Fonteinplein ontstonden uit een soort wisselwerking.  


Eeuwen geleden maakte dit stuk grond deel uit van uitgestrekt laaggelegen weidegebied. De kwaliteit van deze vochtige meers was zo slecht dat niemand die wilde huren. Daarom koppelden de eigenaars de pacht van deze weide aan die van een ander stuk wél vruchtbare grond. Gevolg: ze werd wel verhuurd, maar nooit gebruikt... Kort vóór WO II besloot het gemeentebestuur van Leupegem dan maar om deze grond aan te kopen en te gebruiken als gemeentelijke vuilnisbelt. In die tijd produceerden we heel wat minder afval dan nu, zodat het stortprobleem van de gemeente voor lange tijd opgelost was. 
Tussen de Fonteinmeers en de straat van Aalst (Kerzelareberg), lag een smalle strook grond waarop grote populieren stonden. In de berm naar de straat bevond zich sinds mensengeheugenis een fonteintje dat vanaf de baan bereikbaar was langs een primitief stenen trapje. De dorpelingen kwamen hier gratis zuiver bronwater tappen.

Toen de stortplaats reeds een eindje was opgevuld, ontstond het eerste contact tussen de Fonteinmeers en de sport... Enkele leden van de Schuttersmaatschappij "St-Sebastiaan" hadden een jeugdafdeling gesticht en een kleine staande wip opgericht in het nog niet opgehoogde gedeelte. Het terrein zag er warm groen uit met dikke goudgele boterbloemen en was de ideale thuisbasis voor ravottende jeugd.

TIESTE, DE SCHARENSLIJPER

Het pionierswerk van het uiteindelijke basketbalplein werd eigenlijk verricht door Tieste, de scharenslijper. Op de vuihoop waren er karrevrachten aarde en steengruis gestort en Tieste was dat beginnen te ziften. Met een schop wierp hij de aarde tegen een roosterwerk. Na zekere tijd hard labeur had Tieste zich dar een lochting geschapen waar hij (intussen was de oorlog uitgebroken) aardappelen op plantte. Ook Tieste persoonlijk diende oorlog te voeren en wel tegen de ratten die huis hielden op het stort...

In elk geval, toen Tieste hier verhuisde en de wapenstilstand was getekend, was het opgevulde gedeelte van de vuilhoop een pleintje geworden. Meer nog; dat pleintje was vergroot door het feit dat de Duitsers de tramsporen van destijds hadden opgebroken (om kanonnen van te maken, zegde men). De put van het fonteintje was opgevuld en vervangen door een pomp. Toen nam het gemeentebestuur de beslissing de vuilhoop met zwarte as mooi effen te maken. 

BASKET-BAL

We schreven 1947. In het kielzog van de Yankee's en de Tommy's waren heel wat andere zaken het Kanaal overgewaaid, o.m. chewing-gum, sigaretten, oorlogsbruidjes en ook een nieuwe balsport "basket-bal" genoemd.

In Oudenaarde bestond in 1947 reeds een basketbalvereniging met zowel mannelijke als vrouwelijke ploegen. Paul Van Kemzeke, een juwelier uit de Krekelput, was de voorzitter. Enkele namen van toen: Fernand Ghys, Maurice Liveyns, Marcel Loore, René Lietar, Julien en Monique Vandemeulebroecke, Tony, Wies en Antoinette Vermeulen, Jenny en Roza Merckx, Marie-Jeanne Albert en gezusters De Baeremacker.

Het gemeentebestuur van Leupegem besloot op het opgehoogde gedeelte van het stort Basket-bal te laten spelen. Met de medewerking van de basket-bal-bond werden op de hardgerolde zwarte as twee beweegbare doelstellen geplaatst en lijnen gtrokken "volgens het boekske". De 2de zondag van Kermis-Leupegem 1947 werd er voor het eerst basket-bal gespeeld in Leupegem, namelijk BBC Oudenaarde - Hades Gent. De voormatch werd gespeeld door jonge dames met vurig temperament in korte broek met blote dijen. Wah! Daar was veel volk naar komen kijken. De "kleedkamer" bevond zich achter de poort van "de smesse" en een paar emmers water deden de rest...

Die sportdag was dermate goed bevallen dat het gemeentebestuur besliste om een echt plein aan te leggen in rode steentjes. BBC Oudenaarde dat juist zijn plein in de Meerspoort kwijt was, zou daar komen spelen. Kleedkamers: bij de ouders van oud-politieagent Roland Rogiers was iedereen welkom en Lies, de moeder, waste nog de truitjes ook.

DE STICHTING

Een groepje jongens van Leupegem zat zo verlangend te kijken naar dat nieuwe spel, dat er beslist werd om een club te stichten en een jaar aan te sluiten bij Oudenaarde; kwestie van het te leren. Dit op eigen kosten. Maurice Martens, de bakker, was de eerste voorzitter, Albert Labise de eerste secretaris. Verder nog: Oscar Van Overmeire, Albert De Wambersie, Leon Bijls, Leon De Vos, Roland Buyle en nog enkele anderen van het eerste uur. Het clublokaal werd gevestigd in café Richard. Gilbert Van Hulle en Michel Labiese deden het schrijfwerk aan tafel en René Buyle zou de zondagvoormiddag het pleintje gereedzetten: tafel, stoelen, scorebord enz. Een werkje dat hij zeker 25 jaar lang gedaan heeft. Leon Bijls, Oscar Van Overmeire, Albert Labiese en Roland Buyle waren lid van de toneelbond "St-Amandus" en om het eerste geld in het laatje te krijgen, werd er beslist toneel te spelen. Cultuur voor sport moest kunnen! Oscar typte een brochure uit voor de goedkoop. Er werd van deur tot deur geleurd met kaarten en het werd een reuze succes: bijna 4.000 BF op de spaarboek!
Een naam vinden voor de nieuwe club was niet gemakkelijk, maar het wapenschild van de gemeente gaf inspiratie: HAANTJES. Dat paste en gaf persoonlijkheid. Een leuke roepnaam ook. De vinnigheid was een weergave van die sport. Hanen zijn kleurrijk, fier en bezield met overwinningsdrang. Een gedroomde naam dus. Ook de kleuren werden ontleend aan de gemeentevlag: blauw en geel.

Haantjes zou later geschiedenis maken, beroemd worden, maar toch... nooit hadden we gedacht dat de club 65 jaar later nog zo springlevend zou zijn!

Haantjes Leupegem speelde als 2de ploeg bij Oudenaarde en daar hadden ze een zeer goede trainer, nl. Gust Acke, een jonge turnleraar van "den école moyenne". Hij zou later een monument worden onder de Belgische basketbaltrainers.
Die winter trainden we binnen in de zaal Casino, bij "Boelie's". We legden elk 5 frank uit en daarmee was de huur betaald. Dat zaaltje was wel veel te klein, maar we leerden des te beter de basisbewegingen aan.

In 1948 speelden we zelf het kermisprogramma en we sloten officieel aan bij de Belgische Basket-bal-bond. We kregen (en hebben nog steeds) het stamnummer 405. Haantjes werd ingedeeld in 2de Provinciaal en we wonnen zelfs o.a. tegen Gamy Ronse. Andere ploegen uit die tijd waren o.m. Imca Gent, Tannerie Zulte, Sfinkx Ronse, en Souplex Deinze. Talrijke jongens vonden de weg naar het Fonteinepleintje. Namen die Haantjes hielpen furore maken waren toen: Marcel Bauters, Willy Lecluse, Roland Rogiers, Roger Tembuyser, Max Merchiers, Bertrand Staelens, Tony Gevaert e.a.
Onze eerste officiële trainer was Dany Joris uit de "Stad Gent". Hij had het Amerikaans leger gediend en daar wat basket geleerd. Hij was een sociaal voelend mens, graag gezien en scoutsleider gedurende de oorlog. We wonnen en we verloren, maar we waren vooral een "leutige" bende met een gezonde kameraadschappelijke geest. Richard en Lieske uit ons clublokaal wisten er van mee te spreken. Na een paar jaar was Haantjes een begrip geworden, en is dat tot nu nog steeds! De zondagvoormiddag kwamen heel wat mensen naar het fonteinpleintje afgezakt. Deze werden vurige supporters en Haantjes zag zijn toeschouwers steeds uitgebreider worden.

We verkleedden ons in Café Richard en in een paar emmers water wasten we de rode aarde van armen en benen. 's Winters lag het plein er soms erbarmelijk bij met grote plassen. Met ijzeren staven kapten we gaten in de grond langs waar het water kon wegvloeien. Kunststof bestond nog niet en we speelden dus met een lederen bal, die bij slecht weer steeds zwaarder werd... Om onze handen warm te houden, smeerden we de bovenkant in met slaolie, die boven Lieske's stoof eerst goed werd opgewarmd. 't Scheen dat dit goed was. Heel wat koude hebben we toen geleden, maar de jonge mensen van destijds konden tegen een stoot en wisten van niet beter.
De verre verplaatsingen zoals Gent, Deinze en Aalst deden we met de camionette van bakker Julien Van Hulle. Deze werd voor die gelegenheid wat uitgeveegd, en weg waren we. De dichte verplaatsingen zoals de 3 ploegen uit Ronse (Union, Club en Gamy), Vos Berchem, Oudenaarde, en later Robot Eine, deden we met de fiets.
Uitslagen en klassement hingen nogal af van de omstandigheden. Zo speelden we eens kampioen, maar onze grootste speler trad in het klooster, Tembuyser werd beroepsmiliteir en een paar anderen moesten naar het leger en vlogen naar Duitsland. Resultaat: we zakten terug naar tweede.

De jongste zoon van lokaalhouder Richard, André, was van kindsbeen af een groot talent: razend snel (kampioen van België 100 m bij de kadetten), veerkrachtig en met een moordend shot. "Daar ging ne goeien uit groeien".
André Van Overmeiren werd uitgenodigd voor de provinciale selectie en daar waren wij allen heel fier op. Zo werd hij ontdekt door 1ste nationaler Hellas Gent en onze eerste transfer was in de maak. In het achterzaaltje van ons lokaal zaten we met een klein hartje te luisteren naar de grote heren uit Gent. Ik ken nog de namen:Nollet, voorzitter en Herteleer, de beroemde trainer van Hellas Gent. Over geld werd er toen nog niet gesproken. Het was louter een erezaak. Een oefenwedstrijd in Leupegem en een paar andere vage beloften, maar... er speelde wel een Haantje in Eerste Nationale! ...

HET FONTEINPLEINTJE

In 1957 besliste het gemeentebestuur van Leupegem de vuinisbelt te sluiten. Op deze grote driehoek kwam een prachtig speelterrein met een grasplein, een zandbak voor de kleintjes,, een waterplas met een fontein, klimtoren, glijbaan, schommels, een volleybalplein en ... een nieuw basketbalplein in rode betontegels.
Meer nog, er kwam een gloednieuw gebouw met 2 ruime kleedkamers, 2 afdelingen met telkens 3 stortbaden + WC en zelfs een afzonderlijke plaats voor verpleging.
Ondertussen was Haantjes een betere ploeg geworden onder leiding van coach René Lietart. De talrijke supporters en spelers beleefden een gouden tijd (1958-1960).
In 1959 liet Maurice Martens het voorzitterschap over aan Albert Provost, de garagist uit de Dorpsstraat en een ideale figuur als voorman voor een ploeg als Haantjes. Zijn vrouw Gaby zorgde voor jenever voor de vele supporters bij de thuiswedstrijden op het Fonteinplein.
Dankzij het lidmaatschap van Roger De Meyer (van de taxi's) maakten we diverse verplaatsingen met een prachtige Amerikaanse 8-persoons taxi, en dit voor een sociaal prijsje. Wat was dat een luxe voor die tijd!

Om de kas te spijzen werden er tal van activiteiten op touw gezet. Zo was er o.m. de jaarlijkse tombola, terwijl er rond Pinksteren gedurende vele jaren een "Haantjes Zomerfeest" werd georganiseerd. Dit was een soort Vlaamse Kermis met echte cafébazen achter de tapkast (Richard Van Overmeire en Julien Vermeulen); met op het volleybalpleintje een dansvloer, met een echte "Frituur Louis" '(Louis De Ruyck), en met een prijskamp voor levende haantjes.

Spelers opnoemen uit die periode is niet gemakkelijk. Vermoedelijk heeft toen zowat de helft van alle jonge Leupegemnaren op 't pleintje gespeeld. Altijd waren daar jongens een balletje aan 't werpen. Eigenlijk oefenden wij 5 dagen per week. Er waren toen zeker de broers Jozef, Jacques en Herman T'Sjoen, Dirk en Lieven Van Wambeke, Roland en Erik Buyle. Maar zonder aanspraak te willen maken op volledigheid waren er in die periode ook Joris Van De Putte, Christian Van Driessche, Marc Provost, Adrien D'Hond, Marcel Bauters, André Roman, Rik Janssens, Armand Angenon, Tony Gevaert, Max Merchiers, Gilbert Bauters, Roland De Vos en Gilbert De Puers.

DE VERNIEUWING

Inmiddels ruilde ik (Roland Buyle) de spelersplunje voor een coach pet. Veel successen behaalden we in de jaren 60 niet. Een eerder rustige periode met weinig sportieve uitschieters. De ploeg deed meermaals de tocht van 2de naar 3de provinciale en terug, maar we beleefden toch heel wat plezier. Als er een speler huwde werden we uitgenodigd en het geschenk van de ploeg was traditioneel een wekker, naar onze naam "Haantje". Je gaat ermee slapen en je wordt ermee wakker.
Inmiddels was er ook een jeugdploeg ontstaan, maar door administratief gesjoemel werd heel deze jeugdploeg naar Oudenaarde getransfereerd.

In 1971 doorworstelde Haantjes Leupegem een ware gezagscrisis. Voorzitter Albert Provost gaf om gezondheidsreden ontslag en ook de secretaris gaf er ontmoedigd de brui aan. Haantjes was bijna 25 jaar, maar er was sleet gekomen op het enthousiasme van weleer. Maar onder impuls van Dirk Van Wambeke met Jef Wildeman, Georges De Vestel en een paar anderen werd er een crisisvergadering belegd voor allen die het goed meenden. Een zekere meester Robert Ockerman, wonend aan het Fonteinplein, zette er zijn schouder onder. Hij werd secretaris, en dit ondanks het feit dat hij er eigenlijk niets van kende... Dokter Rik Janssens, die ook scheidsrechter basket was, werd tijdelijk voorzitter.
De kelder onder de kleedkamers werd geverfd, opgekalefaterd en omgebouwd tot clublokaal.

Nog vóór het einde van sezoen '71-'72 had voorzitter Janssens een gesprek met Robert Ockerman om in zijn vervanging te voorzien. Zo kwam Robert mij (Roland Buyle) verzoeken het voorzitterschap te aanvaarden.
Bij heel die vernieuwing had ik mij vrijwillig afzijdig gehouden in de hoop dat nieuwe initiatieven zouden genomen worden; dat andere mensen - gebruik makend van de door de club reeds opgedane ervaringen - nieuwe impulsen zouden geven. En zo gebeurde het ook: Robert werd duivel-doe-'t-al en ik werd voorzitter voor een aanzienlijk lange en voor mij zeer mooie tijd, omgeven door een goed stel dienstvaardige medewerkers. Zoals in het leven, en i.h.b. in het verenigingsleven, is een gezonde basis de aanzet naar succes. In een goed bestuur hebben de bestuursleden steun aan elkaar. Ze beleven plezier aan hun hobby en zo groeit een gezonde ambitie.

HOGER OP

Rik Castelain werd aangetrokken als speler-trainer. Hij had zijn strepen en kennis opgedaan in Waregem en Deinze. Vooral dankzij uren geduldige privé training van Rik op het pleintje, ontbolsterde langzaam het talent van een jonge reus: José Vandermeiren.

Het 2de seizoen was het al raak: kampioen in 3de provinciale met eigen jongens: Paul D'Haeyer, Jan Neyt, José Van der Meiren, Dirk en Lieven Van Wambeke, Chris Van Driessche, Edwin Van Coppenolle, Eric De Vriendt, Johan Verlinden, Marc De Cabooter en de coach Rik Buyle.
Het was ook dit jaar dat er een meisjesploeg werd opgericht; in feite geboren uit een 1 april grap... De eerste damestrainer was Joris De Jaegher. Toen trad ook een zekere Marthje Vandevelde toe tot de Haantjes familie (en is dat tot op heden nog steeds!).
Inmiddels werden er ook een paar jeugdploegen opgericht en werd Julot Deprez jeugdvoorzitter. Het vervoer van de jeugd werd geregeld door de ouders en daaruit zou een stel bestuursleden ontstaan; zo van die goeie, die echte, en in 1 adem noem ik Bruno Velghe, Jan en Lydie Bauters, Georges Ardaen (die later Julot als jeugdvoorzitter opvolgde), Solange Tailleu, Nicole Ghys, Roger Verbeurgt, ...

De voorzitter hield eraan dat alles gebeurde zonder geld; geen transfergeld, geen vergoedingen. En toch werd er achter mijn rug om (weliswaar met de beste bedoelingen) een speler gekocht. Eddy Dhoop, een goede speler uit Eine, die gedurende zijn studies speelde bij Schelde Gent in 4de Nationale, wou bij Haantjes komen. En zo gebeurde het ook. Water en bloed heeft Robert gezweet als hij het me is komen uitleggen...

Het seizoen '76-'77 was belangrijk voor Leupegem. José Van der Meiren werd door hogere ploegen gevolgd. Eens kwam Rudolf Van Moerkerke (Sunair Oostende) met Lucien Van Kerschaever onze grote speler van 2m02 scouten, en daarna kwam ook nog Meester Arnold De Roeck (van Elite Gent), en er werd een voorstel gedaan. Uiteindelijk werd het wel Sgolba Aalter, 4de Nationale, die een optie nam voor relatief weinig geld. Het jaar nadien werd de optie gelicht, en weg was onze José, iets wat zijn peetvader Rik maar moeilijk kon verkroppen.
Er kwam dan een nieuwe trainer; John Van Geert. José werd vervangen door spelers uit het Zottegemse: Toon Delanghe en Willy De Roeck. Een jaar later kwamen daar nog Jef De Ruyver en Willy De Groote bij. Het was meteen een schot in de roos: promotie naar 1ste Provinciale, samen met de meisjesploeg die toen eveneens steeg!

Het was ook in 1976 dat basket een zaalsport werd en we ons Fonteinpleintje ontrouw werden. De eerste ploeg verhuisde naar de Stedelijke Sporthal, maar de jeugd bleef de zaterdag in Leupegem spelen, en ook ons jaarlijks tornooi werd verder op eigen bodem betwist.

DE GROTE STUNT: HARVEY JONES

In het Oudenaardse zullen ze het bestuur van Haantjes goed gek verklaard hebben met het aantrekken van een Amerikaanse beroepsspeler. Mensen die nog maar weinig van basket of Haantjes gehoord hadden, werden plots geconfronteerd met een indrukwekkende zwarte reus (2m02) met grote ogen, en stelden zich vragen... De pers was er als de kippen bij. Meer nog, om Harvey zijn inkomen en huisvesting te verzekeren, werd er contact opgenomen met Brouwerij Roman. We huurden café "Hof van Vlaanderen", dat toen leeg stond. Ik moest persoonlijk het contract ondertekenen en werd zo voor 3 jaar officieel cafébaas... Met man en macht werd er geschrobd en werden meubelen bij elkaar gebracht (een ijskast hier, een vuur daar). Alles durfden en konden we toen aan... Ge weet wel,... een goed bestuur!

Harvey werd in het "Hof" geïnstalleerd en menig brave ziel zal zich een aap geschrokken hebben bij een bezoek aan het "Hof". Harvey was namelijk veel beter als basketbalspeler dan als herbergier... Maar wat wilt ge? Van het Zuiden van de USA, over Aalst, geparachuteerd worden op de markt van Oudenaarde, met enkel Amerikaans als voertaal. Maar hij deed zijn best, en een beetje geluk deed de rest. De zaal verhuurden we soms voor feestjes. We hielden ook een paar T.D.'s met Marthje en Robert achter de tapkast. En voor de rest: werken en vooral drinken met de vrienden voor de clubkas. Bart Travers heeft veel verdienste aan het feit dat de zaal draaide, maar toen de zaal gesloten werd omwille van de ontoereikende brandveiligheid, was ik toch heel blij dat ik na 3 jaar einde contract was. Met relaties als Ockerman en veel achterna geloop kwam alles in orde voor Harvey Jones. Ik heb toen nog een dossier bevattende alle briefwisseling met het Ministerie van Tewerkstelling en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening... Zelfs ook nog een factuur voor een Daf die de club toen had gekocht voor Harvey (kostprijs: 15.000 BF). Ik denk dat hij als chauffeur op de acherbank zat om plaats te hebben...

Op sportief vlak waren de verwachtingen hoog gespannen, maar zoals dat wel vaker gebeurt, was het begin zeer moeilijk. Toch eindigden we mooi tweede, dankzij Harvey, Eddy Dhoop, Toon Delanghe en Jef De Ruyver. Eerste werd Tissac, die ook met een Amerikaan Eddy Woods speelde.

Het volgende seizoen 1980-1981 prijkte Haantjes halfweg de competitie bovenaan tot Harvey in Dendermonde door zijn knie zakte... Brute pech, en weg titel.

Vóór aanvang van het daaropvolgende seizoen werd door de Belgische Basketbalbond een wijziging aan het reglement aangebracht, waardoor buitenlandse spelers enkel nog toegelaten werden in 1ste Nationale. Voor Harvey Jones, die hier intussen een gezin had gesticht, betekende dit voorlopig het stopzetten van zijn basketballoopbaan. Na 3 jaar wachten bekwam hij de Belgische nationaliteit en speelde hij nog jaren bij Hellas Gent, waarmee hij de finale van de play-offs speelde in 't Kuipken. Oostende werd kampioen en Hellas tweede.

Later kwam Jones, na een paar jaar BC Gent, terug naar Oudenaarde.

HET BESTUUR IN 1980-1981

Met het aantrekken van hoofdsponsor SAMSONITE veranderde de clubnaam officieel naar "BBC Samsonite Haantjes Leupegem".
Het uitgebreide bestuur bestond toen uit voorzitter Roland Buyle, secretaris Robert Ockerman, manager Thuur Goethals, P.R.-man Eric (meestal "Rik" genoemd) Buyle, penningmeester Georges De Vestel, jeugdvoorzitter Julot Deprez, Damesverantwoordelijke Marthje Vandevelde en verantwoordelijke voor de toegang Jan Bauters.

We kenden een goede start en op 01/11/1980, na de grote derby tegen Robot Eine (uitslag: winst met 83-78) stonden we aan de leiding. Ondanks een zware kwetsuur aan de Achillespees van Delvinquière, bleven we in de titel geloven. Op zijn krukken gaf hij training en aangemoedigd door een steeds groeiend aantal supporters was er op de wedstrijden een bezieling die bergen kon verzetten.
En... Haantjes werd kampioen Oost-Vlaanderen! Een reuzefeest!
Met de vlag op kop werd de markt veroverd. Ons lokaal "De Carillon" daverde op zijn oude grondvesten en ging nog wat meer tegen de St-Walburgakerk aanleunen... Op 5 juni 1981 werd basketbalclub Haantjes op het Stadhuis ontvangen door de toenmalige Schepen van Sport Lieven Santens. Hij noemde het een eer voor de stad en drukte zijn bewondering uit voor de ganse ploeg. Op hun 34ste verjaardag speelden Haantjes voor het eerst in hun bestaan in nationale competitie (toen ging het nog van &ste Provinciale naar 4de Nationale, en bestonden de 2 landelijke reeksen nog niet, die later de reeks 4de Nationale zouden vervangen), en daar moest (veel) op gedronken worden!

HET AFSCHEID VAN ROBERT OCKERMAN

Julot Deprez nam stilaan de taak van Robert over als secretaris. Meester Ockerman ging op rust en zou naar Oostduinkerke verhuizen.
Er viel Robert, en onrechtstreeks ook onze club een grote eer te beurt. Op 9 mei '82, tijdens een statutaire jaarvergadering van de KBBB Oost-Vlaanderen te Gent, in aanwezigheid van 90 clubs, werd de Ere- en sportiviteitstrofee "Guy Carpentier" uitgereikt aan Robert Ockerman, secretaris van Haantjes Leupegem. Wij citeren uit Het Nieuwblad van 18/05/82: "Een ontroerend moment was de overhandiging van de sportiviteitsprijs Guy Carpentier aan de geer Robert Ockerman voor zijn jarenlange activiteit bij Haantjes Leupegem. Een warm applaus bevestigde de keuze van de kandidaat door het P.C.".

Tijdens de laatste thuiswedstrijd, nl. tegen Roeselare, hebben we Robert en Emmy op een waardige wijze in de bloemetjes gezet. We hadden samen met die Haantjes-vrienden een hele weg afgelegd en veel goed werk verricht ten bate van onze jeugd. Robert verdiende hiervoor alle eer. Een damesafdeling gesticht met jeugdploegen, risico's genomen, gediscuteerd, (te) laat thuisgekomen, gelachen, gejuichd, soms gevloekt, maar vooral mens geweest...

Sportief eindigden wij dat eerste jaar in 4de nationale op de 4de plaats, na Bornem, Sijsele en Gentbrugge. Twee maal kampioen in 3 jaar! Toch begon het bij sommigen te kriebelen. Zou promoveren naar derde ook mogelijk zijn? Hoe groeit zoiets? Alles is aanwezig, dus alles moet mogelijk zijn...

DE NIEUWE UITDAGING

Met de overname van het secretariaat door Julot Deprez kwam de post van jeugdvoorzitter vacant. Georges Ardaen aanvaardde deze taak en zijn jeugdbestuur bestond o.a. uit Solange Taillieu, Bruno Velghe, Jan en Lydie Bauters, Nicole Ghys, Raf Van Dorpe en Georges De Jaegher.
Onze club groeide ook in de breedte. Om de ietwat oudere spelers op te vangen, werd er een Haantjes III-ploeg opgericht. De initiatiefnemers waren vooral de gebroeders Van Wambeke, Jef De Wildeman en Joris Van De Putte. Deze derde ploeg speelde naar oude traditie op het Fonteinplein de zondagvoormiddag, en aan de tafel zat de trouwe Georges De Vestel.

Op de transfermarkt werd er dichter bij huis gezocht. Bart Ryckbos vertrok naar Osiris Denderleeuw en Rik Deleu werd definitief aangeworven. Toen Robot Eine definitief zakte naar 3de provinciale, sloten Karel Hubau en Robert De Smet bij ons aan. Alles samen speelden we toen met 9 ploegen.

Om de kas te spijzen hadden we als inkomsten:
- Sponsors (vnl. van Samsonite, Salons Rik Buyle, Keukens Vossaert):  220.000 BF
- Publiciteitsborden in de zaal + matchballen:                                 120.000 BF
- Reclameblad dat we zelf uitgaven:                                                75.000 BF
- Ingang en tombola:                                                                   175.900 BF
- Kermistornooi, TD, Boottocht, grote tombola:                              135.000 BF

En als uitgaven:
- Sporthal:                                                                                  95.000 BF
- Scheidsrecters:                                                                         93.400 BF
- Bondskosten:                                                                            67.000 BF
- Secretariaat, drukwerk, ballen, andere kosten:                             60.000 BF

Onze club was uitgegroeid tot een bedrijfje waar hard moest gewerkt worden; gratis en eerlijk. Alle vervoer deden we met eigen wagens van spelers of ouders. We verzorgden goed onze publiciteit. Julot had een vlotte pen en bezorgde me de wedstrijdverslagen in 5-voud de maandagmorgen vóór 8 H. Ikzelf schreef daar verschillende titels boven en vóór 9 H hadden de reporters van de diverse dag- en weekbladen een deskundig opgesteld ooggetuigenverslag in hun brievenbus. Dit hebben we zo talrijke jaren volgehouden.

Onder de vakkundige leiding van Patrick Delvinquière, in goede verstandhouding met coach Marc Foucart, wonnen we en bleven we winnen. Het publiek stroomde toe en het enthousiasme groeide nog meer. Een sterk spelende eerste ploeg, gesteund door een hard werkend bestuur en omringd door een massa juichende supporters. Het resultaat: Haantjes Kampioen in 4de Nationale, met onbeschrijflijke taferelen. Deze kampioenenploeg bestond uit Pat Delvinquière, Rik Deleu, Gilber Van Vossel, André Vergucht, Karel Hubau, Robert De Smet, Erik De Vriendt, Filip Windels, Patrick Reynaert, Rik Mas, Luc Deprez en Kristof De Rouck. Om deze titel speciaal te onderlijnen werd er een boottocht georganiseerd op de Leie met het jazz-orkest van Willy Aelvoet. Wij durfden alles en konden alles...

HAANTJES START IN 3de NATIONALE IN '83-'84.

Hoofdsponsor Samsonite verdubbelde zijn bijdrage en wij hadden nu ook 2 co-sponsors: "Saloncentrale Rik Buyle" en "Garage Peugeot-Talbot". Onze damesploeg kon rekenen op "Keukens Vossaert". Daarbij hadden we zeker nog eens 20 reclamedoeken in de sporthal. Dit bracht heel wat voorbereidend werk mee, maar dankzij mensen als Luc De Keyzer en Luc Hoeree verliep alles rimpelloos.

De Haantjes eerste ploeg wijzigde wel enigszins: coach Marc en trainer Pat bleven, Thuur Goethals werd assistent coach, André Vergucht stopte, Robert De Smet ging met Patrick Matthys naar Eine en Erik De Vriendt ging naar Avelgem spelen, waar hij onze eerste trainer Rik Castelain terugvond. De versterkingen waren Bart Ryckbos die terugkeerde van Denderleeuw en van Avanti Brugge kwam Jean-Claude Van De Keere, een zeer nuttige dubbele meter met jaren ervaring in 1ste Nationale. Ook jeugdspelers Kristof Castelain en Peter Van Dorpe kwamen onze eerste ploeg aanvullen.

Op bestuursvlak waren er een paar verschuivingen of kwamen er mensen bij. Zo werd Filip Audoor schatbewaarder, Roger Verbeurgt ondervoorzitter en Martine Van Der Beken boekhoudster (we waren al jaren een vzw geworden). Philippe Van Lancker was de clubdokter en werd bijgestaan door kinesisten Gilbert Depret en Marleen Vandenborre.

Ons eerste jaar in 3de Nat. verliep zonder grote gebeurtenissen, maar we wonnen in elk geval meer dan we verloren. We speelden veelal tegen onbekende ploegen en de verplaatsingen waren ook een stukje verder. 6 ploegen kwamen uit het Antwerpse, 4 uit Brabant, de rest uit Oost- en West-Vlaanderen. Oxaco Antwerpen werd kampioen en Haantjes eindigde eervol vijfde.

MET ALLURE - 1984-1985

In het voorjaar van 1984 was het vooral rekenen en tellen geblazen. De mogelijkheid zat er in dat de eigen kweek, de lieveling van het publiek José Van der Meiren, terug zou komen. José speelde ondertussen al enkele jaren bij Hellas Gent, maar door het teveel aan vreemde spelers, was het plezier er bij hem wat af. Na discussie met hun voorzitter Carlos Sierens, werd de transfer overeengekomen mits zware financiële inspanningen gespreid over 2 jaar, en voorgeschoten door Rik Buyle. Het dagdromen begon opnieuw...

Een drietal spelers verhuisden naar Robot Eine. Van De Keere keerde terug naar de kust en Marc Foucart, die steeds met de reserven meespeelde, aanvaardde om 2de spelverdeler te worden. Thuur Goethals werd coach in nauwe samenwerking met Patrick Delvinquière.
Vanaf het voorseizoen zagen wij het al groots. Er werd voor het eerst een persvoorstelling gehouden en niet zomaar een voorstelling van de ploeg. Het was kermis in Oudenaarde en om 17 u speelden we een vriendenmatch tegen Okapi Aalst.

"Na de wedstrijd worden de genodigden door de volledige ploeg verwacht voor een cocktail aangeboden door Samsonite NV. Tijdens de voorstelling, die doorgaat in Restaurant Crombé, Markt Oudenaarde, worden de spelers vereeuwigd op cartoon door Brasser", zo vermeldde de uitnodiging. We mochten ons verheugen in een talrijk en select publiek, waaronder het schepencollege. Een grote schare persmensen kregen een persmap met foto's en alle gegevens over de ploeg, alsook een geschenk van hoofdsponsor Samsonite. Na het welkomstwoord van voorzitter Roland Buyle, die ook bloemen aanbood aan de aanwezige dames, stelde Thuur Goethals vervolgens de ploeg voor.
Een mooi initiatief met klasse, als voorbode op een uitzonderlijk jaar.

DE VETTE JAREN

We startten het seizoen '84-'85 als de te kloppen ploeg. De naam Van der Meiren, die onze rangen opnieuw was komen vervoegen, was daar niet vreemd aan. Ook Bart Ryckbosch speelde zijn sterkste seizoen. Orkestleider was speler-trainer Pat Delvinquière. De werkkracht lag bij de springveren als Rik Deleu, Karel Hubau en Gilbert Van Vossel; het spelverdelersduo Philip Windels en Marc Foucart, + het jong geweld Christof Castelain, Luc Deprez en Beda Ntibanoboka. Geef toe, we hadden een sterke ploeg.

De eerste ronde speelden we in de top drie. Het was een strenge winter met veel sneeuw en slecht weer. Hierdoor lag het voetbalseizoen 4 weken stil. Onze sporthal liep barstensvol. Jan Bauters en Solange hadden nog nooit zoveel werk gehad aan de ingang. Nadar-afsluitingen en Zweedse banken werden aangesleept. Zo wierven wij nieuwe supporters en ze bleven komen. En we wonnen! Mensen, we bleven winnen! Haantjes speelde kampioen in 3de Nationale, en dit met 6 punten voorsprong op Vilvoorde en Sijsele!

We citeren de pers: "Haantjes kraaien victorie. Op minder dan 5 jaar speelden Haantjes 3 maal kampioen. Zaterdag ll. promoveerden ze naar de liga, naar 2de Nationale. Een bomvolle Oudenaardse sporthal schreeuwde de Leupegemse ploeg naar de zege. Euforie na het eindsignaal. Dansende en zingende mensen. Champagne spuit langs alle kanten. De strateeg Patrick Delvinquière werd in de hoogte getild en triomfantelijk rond gedragen".

Bij de ontvangst op het Stadhuis met de schepenen Van Der Meiren en Van Den Driessche wenste burgemeester Jan Verroken ons op de hem eigen luimige manier van harte proficiat. Hij vond echter dat we er een spelletje van maakten: "Driemaal op 5 jaar, 'k weet niet meer wat ik nog moet vertellen!" - "Wees gerust , meneer de Burgemeester, we staan op de 1 na hoogste trede", gaf iemand als antwoord, en voegde eraan toe: "Het enige nadeel van kampioen spelen is dat men telkens moet stijgen"...
 

ONZE RELATIE MET HET STADSBESTUUR

Met het stadsbestuur is het niet altijd koek en ei geweest. Onze sporthal beschikte over een uitrusting uit de tijd dat de Oude Belgen basket speelden. De minuten werden aangegeven met een schrift met de cijfers van 1 tot 20 op de rand van de tafel, en die bladen dienden elke minuut omgedraaid te worden (dit was trouwens nog steeds het geval voor de wedstrijden op het B-terrein tijdens het seizoen 2011-2012 !!). Het scorebord moest met de hand bediend worden en de cijfers schoven wel eens door elkaar. Het eindsignaal werd gegeven door een toeter. Dat er op een betonvloer gespeeld werd, tot daar nog aan toe, behalve voor de vele gekwetsten... maar aan ditlaatste kwam gelukkig toch uiteindelijk verandering... maar wel pas in het jaar 2000...

Om in de liga te spelen moest er een elektronisch scorebord komen. Heeft dat moeite en gezever gekost! Gemeenteraden, schepencolleges, ons bewijsmateriaal, geschrijf en uren gepalaver tot er iemand - die dacht het warm water uit te vinden - voorstelde dat wij dit zelf zouden betalen! ...
Uiteindelijk besliste burgemeester Verroken dan toch maar tijdens de zoveelste vergadering om een scorebord aan te kopen voor een kleine 300.000 BF.
Echter, aan de onrechtvaardigheid dat Haantjes het dubbele bedrag aan huur van de sporthal moest betalen tegenover de scholen (600 BF voor een woensdagnamiddag tegenover 300 BF voor een woensdagvoormiddag voor de scholen), werd vooralsnog niets gewijzigd... en dit terwijl vele andere gestructureerde jeugdploegen in andere steden en dorpen meestal geen cent hoefden te betalen in die tijd...
We hadden toen het vermoeden dat de naam van het dorp (Leupegem) er voor iets tussen zat. Een weinig politiek geëngageerde deelgemeente, die sinds de fusie nog nooit een schepenzetel verwierf. Of lag het bij de club, bij wie iedereen welkom is? Wij hangen niet af van een partij, syndicaat of ziekenfonds. We hebben het nooit met zekerheid geweten.

IN TWEEDE NATIONALE

'85-'86. "Het kan verkeren", zei Bredero.

Na het gejuich der kampioenen moest er keihard gewerkt worden om binnen het budget een goede ploeg op poten te zetten. Pat Delvinquière, intussen bijna 37 jaar, stopte met spelen, maar bleef trainer-coach, bijgestaan door Marc Foucart als assistent. Bart Ryckbosch vertrok naar Vlierzele en Karel Hubau vond 2de iets te hoog gegrepen en keerde terug naar zijn roots in Kluisbergen. Johan Boone van Avanti Brugge, Luc Margodt, topscorer uit Wevelgem en Arnold De Rouck werden aangetrokken voor 1 jaar. Van Wezenvrienden (Geraardsbergen), werd Guido Tuypens, een jonge reus van 2m04 maar die toen nog voor veel verbetering vatbaar was, getransfereerd naar Haantjes.

Patrick hield het volste vertrouwen in de rest van de kampioenenploeg, met als enige spelverdeler Philip Windels, hetgeen achteraf wel te zwaar bleek. Onze eerste paar matchen in tweede nationale verloren we nipt. We misten onze start en dat knaagde aan het vertrouwen. Een keer winnen en terug verliezen. Het moet gezegd, dat laatste waren we een beetje verleerd...

Crisisvergadering... allerlei voorstellen... Cambell, een basketvriend van Jones was de oplossing. Julot Deprez liep de helft van Brussel af om Perry Cambell spelgerechtigd te krijgen. Delvinquière, die het niet zo had voor buitenlanders, stelde zijn veto en alles bleef dan toch maar bij het oude. Maar Haantjes bleef ook onderaan in de rangschikking...

Plots was er nieuwe hoop. Glenn Van Buggenhout, de 3-puntspecialist van Maes Pils Mechelen, was door transfer perikelen nog vrij en Mechelen wou hem voor de rest van de competitie uitlenen aan Oudenaarde. De eerste thuismatch dropte hij 7 bommen... Was de redder hiermee gevonden? We wonnen wel een paar keer meer, maar Haantjes eindigde uiteindelijk toch als voorlaatste en we zakten terug naar 3de. Na 5 topjaren moest de keerzijde van de medaille eens zichtbaar worden. Maar ook dat is één van de mooie kanten van de sport; dat je, na jaren van juichen en triomferen, ook in het verlies groot en sterk blijft. Vrienden in goede en minder goede dagen.
Het hoofdstuk Delvinquière was afgesloten. Een groot mens en een groot speler was na 20 jaar basketbal uitgeblust. Begrijpelijk dat zijn familie voortaan voor ging. Onze oprechte dank en waardering aan Patrick.

DE VERLOOCHENING

Om het Stadsbestuur plezier te doen, maar vooral op vraag van hoofdsponsor Samsonite, werd een naamswijziging doorgevoerd. Iets waar sommigen onder ons het heel moeilijk mee hadden en wat ons door sommige supporters zelfs kwalijk werd genomen. We verloochenden onze afkomst.
We werden Samsonite Haantjes Oudenaarde. Het Stadsbestuur glunderde en zo hielpen we mee aan het ontwaken en promoten van de Stad Oudenaarde.

Het jaar '86-'87 met Frans Verhulst als trainer was een overgangsjaar. Verhulst gaf de tip een zekere Stefaan Raman van Laarne aan te trekken. Stefaan zou daarna gedurende jaren een begrip worden in de ploeg, en zijn liefde was zo groot dat hij met de secretaresse Christiane trouwde.
Rik Deleu vertrok na vele jaren naar Lebac Ieper. De Rouck, Margodt en Van Buggenhout werden om budgettaire redenen niet behouden. Volker Steinbach kwam van Hellas over en Dirk Goethals, zoon van Thuur, kwam als juniorspeler in de ploeg. We eindigden dat jaar als vijfde. Zele werd kampioen vóór Athlon Ieper.

HET GROTE FEEST

In 1987 bestond Haantjes 40 jaar en we hielden eraan dit speciaal te vieren. Samsonite bekostigde een mooie grote tent. Het grasperk op het Fonteinplein stond er vol mee. De "Hanen" van het eerste uur en zij die een speciale uitstraling aan de ploeg gegeven hadden, werden opgezocht en als eregasten uitgenodigd.
Er was veel belangstelling voor deze huldiging en naast de spreekbeurten, toasts en drankjes werd ik persoonlijk speciaal bedacht met een zilveren schaal voor mijn 40 jaar dienst bij Haantjes en als voorzitter.

Naar jaarlijkse gewoonte werd er grote aandacht besteed aan de ploegvoorstelling. De VIP's, met name de mensen van de sponsoronde bedrijven, het Stadsbestuur, persmensen en sympathisanten werden in de watten gelegd en kregen een verzorgde persmap. De laatste jaren ging de ploegvoorstelling onder grote belangstelling zelfs door in het Stadhuis, maar voor de ploeg van '87-'88 gebeurde dit uitzonderlijk in het kader van de jubileumviering.

Marc Foucart en Thuur Goethals leidden de ploeg; José Van der Meiren verhuisde naar Sijsele. Harvey Jones kwam terug na 3 jaar Gent en dankzij Thuur werden Luc Becquet en Peter Van Steenwinkel (van kampioenenploeg Maes Pils Mechelen in 1ste Nat.) voor een speciaal prijske naar Haantjes getransfereerd. Samsonite bedacht elke speler met een nieuwe sporttas.

Julot Deprez, een trouw bestuurslid, ging op rust en verlegde zijn horizonten. Hij werd als secretaris opgevolgd door Marhje Vandevelde, geholpen door Christiane Thienpont. Martine Vanderbeken deed de boekhouding. Hoofdsponsor Samsonite kreeg bijstand van Maes Pils, R.B. Leder Interieur en Delhaize...

DE BRAND

Na een voorbeeldige voorbereiding stonden we klaar voor de competitie. Een week voor de start werd ik (nvdr: "ik"= Roland Buyle) 's morgens heel vroeg opgebeld met de schrikbarende mededeling "De sporthal is aan 't uitbranden!!" Een ventilator in het dak - die men 's avonds had vergeten afzetten - was oververhit geraakt, zodat het volledige dak in een mum van tijd in lichterlaaie stond. Het dak met houten spanten en de houten muurbekledingen waren volledig vernield, maar ook de vloer, kleedkamers en douches hadden heel wat waterschade opgelopen tijdens de bluswerken...

Om 8 u 's morgens belegden Rik, Thuur, Julot, Marthje en ikzelf een crisisvergadering. Samen met de andere sportploegen, die gebruik maakten van de Oudenaardse sporthal, moesten we op zoek naar een tijdelijke andere locatie. Na talloze telefoongesprekken kregen we gelukkig een afspraak met een afgevaardigde van de Kruishoutemse sporthal en werd er een overeenkomst gesloten.

De eerste competitiematch werd uuitgesteld, maar van dan af aan werd er gespeeld en getraind in de eiergemeente, waar we goed ontvangen werden. "Dank u, meneer de Burgemeester Tant."

Toch vvergde het een hele aanpassing; niet alleen voor spelers en bestuur, maar ook voor de supporters. Normaal hadden we beter gekund, maar we eindigden toch 4de na kampioen Monceau, Athlon Ieper en Wasmuel.

HET BLIJFT IN DE FAMILIE

Na 16 jaar voorzitterschap gaf ik de fakkel door aan mijn broer Rik. Ik had zowat alles beleefd als voorzitter. Van het pleintjesbasket in 2de Provinciale, over de eerste betaalde transfers, het damesbasket en de jeugdploegen, tot wij één van de topploegen in Oost-Vlaanderen werden. Vier maal kampioen gevierd, maar ook éénmaal gedegradeerd, en het werd mij allemaal wel stilaan een beetje te veel...

In het kader van mijn beroep begon ik nu ook meer buitenlandse reizen te maken en werd dit een nieuwe uitdaging voor mijn karakter en temperament. Mijn gestel protesteerde. Clubdokter Philip Van Lancker gaf me de goede raad het wat kalmer aan te doen en ik heb geluisterd. Het seizoen was reeds begonnen en daarom bleef ik op papier voorzitter, maar het driemanschap Rik Buyle, Thuur en Peter Van Dorpe nam de leiding op zich.

MET RIK NAAR HOGER

In zijn eerste jaar als officieel voorzitter had Rik Buyle heel wat moeilijkheden te overwinnen. Thuur Goethals werd aangetrokken door kampioen Mechelen om later in het bestuurscomité van de nationaleploeg van Mr. De Wandel te zetelen. Luc Becquet werd beroepsspeler bij Mechelen, Van Steenwinkel en Tuypens verlieten de ploeg. Piet Vanneste kwam over van Sijsele, kampioen in tweede. Dirk D'Hondt van Hellas Gent, Mike Van Kerschaever (ja, zoon van ...) en Chris Vandenabeele van Eine kwamen de ploeg versterken. Foucart bleef coach en Peter Van Dorpe zijn assistent. Peter nam tevens de leiding van de damesploeg. Ze deden het zo goed dat Haantjes-Dames kampioen werden van Oost-Vlaanderen en voor het eerst naar Nationale promoveerden. Dit waren: An Van Houtte, Christine Deprez, Greet Lietar, Ingrid Van Damme, Christa en Kathy Van Steenbrugge, Imelde De Cock, Sylvie Decannière en Krista Buyle.

Na het op geheimzinnige manier verdwijnen van onze vlag wer een nieuw vaandel ingewijd met Marthje Vandevelde en ikzelf als meter en peter.

Behalve het reguliere basket probeerden we ook de tradities in ere te houden op vlak van festiviteiten en evenementen. Zo bleven we op de tweede zondag van Kermis Leupegem op het Fonteinpleintje een tornooi organiseren met op zaterdag een vijftal jeugdwedstrijden en op zondag de BBQ met dames-, heren- en veteranenbasketbal. Rond het middaguur werd er ter opfleuring van het aperitief een match ingericht tussen bestuursleden en oud-spelers enerzijds en een enigszins versterkte ploeg van supportersclubleden anderzijds. Deze wedstrijden kenden heel veel succes en ze werden nog tot het jaar 2000 opnieuw georganiseerd.

Maar er kwamen ook dagen waarop Haantjes in diepe rouw geslagen werd. Uit de rouwkroniek van Julot Deprz dd. 26/04/1984 citeer ik:
"Opnieuw heeft het noodlot vreselijk toegeslagen! Opnieuw werd op een zonnige vakantiedag een jeugdige belofte uit ons midden weggerukt. In een tijdspanne van 9 maanden kwam, na Wim Decannière vorig jaar, nu ook Koentje Bauters op zijn fiets aan zijn einde...
Koen zal ons bijblijven door het beeld van 2 stralende ogen in een blij kwajongensgezicht onder een vlasheldere kuif, steeds in de weer, steeds goedgemutst, steeds onderweg."

Inderdaad, 9 maanden vroeger op een vakantiedag in 1983 verongelukte, ook met zijn fiets, Wim Decannière op weg naar zijn vriend Dirk. Wim was één van ons meest beloftevolle jongeren ooit.
Als herinnering aan deze 2 jeugdspelers werden 10 jaar lang de eretrofeeën Koen Bauters en Wim Decannière betwist tussen jeugdploegen tijdens het kermistornooi.
 

OP NAAR DE TOP

... wordt vervolgd ...


Geschreven door: Admin STOSIO
Datum gepost: 2/07/2016
Aantal lezingen: 1639

Terug